Toen zag ik het briefje.
Een paar woorden, haastig geschreven. Mijn naam stond erop. De rest leek geschreven met handen die moeite hadden gehad om rustig te blijven.
Ik las het één keer.
Daarna nog een keer.
Maar voordat ik de betekenis volledig kon bevatten, ging mijn telefoon.
Het was mijn vrouw.
Ik nam meteen op.
Haar stem brak nog voordat ze iets zei. Haar ademhaling klonk alsof ze probeerde sterk te blijven terwijl alles om haar heen instortte.
“Ze is hier geweest,” zei ze uiteindelijk.
Mijn maag trok samen.
“