tegen Andreas aan.
‘Weet je wat ik vandaag het mooiste vond?’
‘De taart?’
Ze lachte.
‘Nee.’
‘De bloemen?’
‘Ook niet.’
‘Mijn prachtige toespraak?’
Sofia gaf hem een speelse tik.
‘Je blijft een opschepper.’
Hij glimlachte.
‘Wat dan?’
Ze pakte zijn hand.
‘Dat we hier nog samen zitten.’
Andreas keek naar haar.
Zijn ogen werden vochtig.
‘Ja,’ fluisterde hij. ‘Dat vind ik ook.’
Een tijdje zeiden ze niets.
Toen vroeg Sofia:
‘Ben je gelukkig geweest met mij?’
Andreas keek haar verbaasd aan.
‘Wat is dat nu voor een vraag?’
‘Ik wil