Ze deed elke week hetzelfde. Totdat de bakker haar op een dag iets bijzonders vertelde

had gehad om korte notities te maken over klanten die hij goed kende. Soms schreef hij erbij wanneer iemand verhuisde of wanneer een klant na lange tijd weer eens binnenkwam.

Bij de naam van Mariannes man stond een kleine opmerking:

‘Vrijdag: twee krentenbollen. Altijd vriendelijk. Vraagt vaak hoe het met anderen gaat.’

Marianne las de zin opnieuw.

Ze had nooit geweten dat haar man ook bij de bakker zo’n indruk had achtergelaten.

‘Mijn vader heeft hem blijkbaar goed onthouden,’ zei meneer Van Dijk. ‘Hij vertelde vroeger weleens over mensen die