scheen.
Er stond limonade op tafel.
Iemand vertelde een grappig verhaal.
Ik lachte zo hard dat mijn ogen begonnen te tranen.
Toen keek ik om me heen.
Naar de mensen die er waren.
Naar mijn tuin.
Naar het huis dat ik bijna vergeten was.
En ik dacht aan die ochtend, precies een jaar eerder.
Aan de keuken.
Aan de pijn in mijn wang.
Aan de telefoon die ik met trillende handen had opgepakt.
Ik had toen gedacht dat ik alles kwijt was.
Mijn zoon.
Mijn thuis.
Mijn waardigheid.
Maar ik