klap op hem neer.
“Ik heb nooit aan je getwijfeld,” zei ik, terwijl ik naar hem toe liep. “Geen seconde.”
Hij zakte op de bank en verborg zijn gezicht in zijn handen. Ik knielde voor hem neer en liet mijn voorhoofd tegen zijn knieën rusten, terwijl zijn lichaam schokte van het snikken.
“Ik verdien jou niet,” zei hij door zijn tranen heen. “Ik verdien deze kans niet.”
Ik tilde zijn gezicht op, zodat hij me wel aan móést kijken. “Je verdient liefde. Je verdient vreugde. En je verdient het om