Ik begon te lachen.
“Dat is een goede vraag.”
Ze keek ernstig.
“Was dat niet heel druk?”
“Dat was het zeker.”
Ze dacht even na.
“En moeilijk?”
Ik keek naar de tuin.
Naar de rozen.
Naar de vogels die tussen de bomen vlogen.
“Ja,” antwoordde ik eerlijk. “Soms was het heel moeilijk.”
Ze pakte mijn hand.
“Maar je hield wel van ze?”
Ik glimlachte.
“Meer dan ik ooit in woorden kan uitleggen.”
Ze knikte tevreden.
Toen zei ze:
“Mijn mama zegt dat jij de sterkste vrouw bent die ze kent.”