Ik was op een luie zondagochtend roerei aan het maken – je kent het wel, gewoon op de automatische piloot – toen ik een ei openbrak dat haast licht leek te geven.
Geen grap. De dooier was diep goudoranje, alsof hij door de zon was gekust. Even dacht ik: “Wacht eens… is dit wel goed?” Het zag er zo anders uit dan de bleekgele massa die ik normaal uit een schaal haal. Maar er was iets aan dat… klopte. Iets natuurlijks. Alsof eieren er eigenlijk altijd zo uit *zouden moeten* zien.
En