Ze deed elke week hetzelfde. Totdat de bakker haar op een dag iets bijzonders vertelde

ze. ‘Eén eet ik zelf op. De andere neem ik mee naar huis.’

Ze zweeg even.

‘In het begin legde ik de tweede op zijn bord, zoals ik vroeger altijd deed. Dat klinkt misschien vreemd, maar het hielp me om aan hem te denken zonder het gevoel te hebben dat alles zomaar verdwenen was.’

De bakker voelde dat hij iets heel persoonlijks hoorde.

Hij wilde haar niet onderbreken.

‘Na een tijdje ben ik daarmee gestopt,’ vervolgde Marianne. ‘Maar ik ben de tweede krentenbol wel blijven meenemen. Soms geef ik hem