trok me tegen zich aan.
„Er is nooit iets mis geweest met jouw gezicht,” fluisterde ze. „Er was iets mis met de manier waarop sommige mensen je behandelden.”
Die woorden vergat ik nooit meer.
Wesley moest mijn vertrouwen verdienen
De weken daarna bleef Wesley met me praten.
Hij deed niet alsof één dans alles had opgelost.
Hij vroeg niet waarom ik nog steeds voorzichtig was.
Hij accepteerde dat ik tijd nodig had.
Soms aten we samen in de kantine.
Soms liepen we na school naar de bibliotheek.
Hij vertelde over