haar pensioen.”
Ik keek naar mijn zoon.
Dat was precies wat hij altijd had gedacht.
En ik had hem nooit gecorrigeerd.
Niet omdat ik een geheim fortuin bezat.
Maar omdat hij nooit had gevraagd hoe ik werkelijk leefde.
Ik had mijn hele leven gewerkt.
Eerst in een textielfabriek.
Later als administratief medewerker.
Toen mijn longen het zware fabriekswerk niet meer aankonden, begon ik vanuit huis boekhoudkundige klusjes te doen.
Ik was voorzichtig met geld.
Ik kocht tweedehands meubels.
Ik kookte zelf.
Ik ging zelden op vakantie.
En ik spaarde.
Niet