ik plotselinge bewegingen. Uiteindelijk ging ik op de grond zitten, draaide me iets opzij en zette wat eten voor me neer.
Kango observeerde me vanaf een veilige afstand. De geur van eten trok hem duidelijk aan, maar zijn wantrouwen weerhield hem ervan dichterbij te komen. Zijn bewegingen waren aarzelend: een stap vooruit, twee stappen achteruit.
Ik bleef tegen hem praten, hoewel ik niet zeker wist of hij mijn woorden wel begreep. Maar het ging me niet om de betekenis ervan. Mijn kalme stem was bedoeld om hem te laten zien