niet.”
“Nee.”
“Je kent me niet.”“Waarom zou je dan denken dat je er recht op had?”
Ze gaf geen antwoord.
Ik keek nog eens naar de hars.
Het lint had een klein donker vlekje vlakbij een van de uiteinden.
Ik had dat streepje per ongeluk met een pen gezet tijdens het schrijven van een boodschappenlijstje.
Ze gaf geen antwoord.
Daar bestond geen twijfel over.
Ik drukte mijn vingertoppen tegen de houten doos.
Toen zag ik een opgevouwen stukje papier onder de hars verstopt zitten.
Het was aan de randen