deuren voor haar opende.
Eerst verloor ze haar baan, en daarna, langzamerhand, alles waar die baan voor had gestaan.
Werkgevers die haar ooit hun boekhouding hadden toevertrouwd, lieten haar nu niet meer bij een kassalade komen. Moeders hielden hun kinderen bij haar vandaan bij het ophalen van de kleuterschool. Ze begon met het schoonmaken van vakantiehuizen, het inkorten van broeken voor de kleermaker op Main Street, het koken van maaltijden voor oudere buren die niet meer konden koken – elk eerlijk werk, hoe weinig het ook betaalde.
‘Ze heeft nooit iemand