zo moe dat ik soms huilde wanneer niemand keek.’
Andreas boog zijn hoofd.
‘Dat wist ik niet.’
‘Dat weet ik, lieverd.’
Ze streek over zijn hand.
‘Ik wilde je niet nog meer zorgen geven.’
Sofia keek naar de familie.
‘Op een avond dacht ik dat we misschien nooit uit die moeilijke tijd zouden komen. Ik zat aan de keukentafel en wist niet hoe ik verder moest.’
Ze zweeg.
‘Toen kwam Andreas thuis.’
Hij keek haar vragend aan.
‘Weet je nog wat je deed?’ vroeg ze.
Hij schudde zijn hoofd.
‘Je