Ze deed elke week hetzelfde. Totdat de bakker haar op een dag iets bijzonders vertelde

zorgvuldig gekamd en hield een kleine envelop in haar hand.

Ze glimlachte toen ze de bakker zag.

‘Goedemorgen, meneer Van Dijk.’

‘Goedemorgen, Marianne. Zoals altijd?’

Ze knikte.

‘Zoals altijd.’

Hij pakte het volkorenbroodje en de twee krentenbollen, legde ze in een papieren zak en zette die op de toonbank.

Marianne betaalde en bleef staan.

Normaal gesproken zou ze nu bedanken en vertrekken. Maar deze keer keek ze naar de envelop in haar hand.

‘Mag ik u iets vragen?’ zei ze.

‘Natuurlijk.’

‘Weet u nog dat u me een keer mijn