dagelijkse treinverkeer.
Voor reizigers betekende dit dat een treinreis vaak een herkenbare sfeer had. De inrichting van de coupés, de zitplaatsen, de ramen en de geluiden tijdens het rijden verschilden duidelijk van wat we tegenwoordig gewend zijn.
Wie bij het raam zat, kon lange tijd naar het Nederlandse landschap kijken. Weilanden, kleine dorpen, spoorwegovergangen, boerderijen en industrieterreinen trokken langzaam voorbij.
Voor kinderen was zo’n reis soms een belevenis op zichzelf. Ze keken naar andere treinen, telden spoorwegovergangen en vroegen voortdurend wanneer de volgende halte zou komen.