onafscheidelijk.
Thomas was architect.
Hij hield van oude gebouwen, lange wandelingen en eenvoudige avonden thuis.
Hij was niet bijzonder rijk.
Niet beroemd.
Niet iemand die indruk probeerde te maken.
Maar hij luisterde.
En dat was voor mij belangrijker dan alles.
Op een avond zaten we samen op zijn balkon.
Hij vroeg:
„Hoe zie jij je toekomst?”
Ik dacht even na.
„Ik wil blijven werken. Reizen. Een huis met een tuin. Misschien ooit een hond.”
Hij glimlachte.
„En kinderen?”
Ik keek hem recht aan.
„Nee.”
Hij zei niets.
Mijn hart begon