jaar waarin hij zonder een woord te zeggen was verdwenen.
Oude gevoelens laaiden tussen hen op, vermengd met eenzaamheid en jarenlange spijt, en een paar uur lang deden ze allebei geen moeite om te doen alsof de tijd tussen hen had uitgewist wat ze ooit waren geweest. Tegen de ochtend was Everett zo bang voor wat hij voelde dat hij het enige deed wat hij wist te doen met zulke intense gevoelens.
Hij vertrok weer.
Nu was er een driejarig meisje in dat vervallen huis met lichtgroene ogen – precies dezelfde