waar ik naar kan wijzen.’Hij keek naar zijn vrouw.
“Je hebt onze huwelijksreis veranderd zonder het mij te vragen.”
“We hebben het besproken.”
“Je hebt het geboekt en me daarna verteld wat je had besloten.”
“Want als ik wacht tot jij een beslissing neemt, komt er nooit iets van terecht.”
‘Dat is terecht.’ Hij zei het zonder sarcasme, zonder zelfmedelijden. ‘Je hebt gelijk dat ik geen beslissingen neem. Want ergens onderweg heb ik geleerd dat als mijn beslissing anders was dan die van jou, je wel een manier zou